Het begin van Atelier Ashtown
Al zolang ik mij kan herinneren dat ik besta ben ik creatief bezig. Tekenen, knutselen, breien, naaien, wandkleden maken en vooral van niets iets maken.
Doen mijn handen niets dan is mijn hoofd wel bezig. Soms barst mijn hoofd van de vele ideeën die ik graag zou willen realiseren.
Vanaf de tijd dat ik op kamers ben gaan wonen heb ik een kerstboom gehad. Toen de kinderen kwamen begon ik meer en meer te verlangen naar een ’echte’ kerststal. Met een ‘echte’ bedoel ik een beeldengroep zoals wij vroeger thuis hadden. ’Blokker-’ en ’V&D’ groepen waren absoluut niet wat ik zocht. Ook alle andere beeldengroepen die ik tegenkwam voldeden niet aan mijn criteria.
Ik maakte er zelf één van stof en een houten broodtrommel deed dienst als stal. Bij gebrek aan beter had ik zó toch wat. Het verlangen naar een groep die dezelfde uitstraling had als die uit mijn jeugd bleef echter. Mijn oudste dochter vierde haar verjaardagsfeestje en van één van haar vriendinnetjes kreeg ze een malletje waar gipsen vogeltjes mee gemaakt konden worden. Dit cadeautje pikte ik in want het leek me ontzettend leuk werk toe om beeldjes te gieten. Terwijl ik bezig was mijn eerste beeldje te gieten en te schilderen kwam ik op het idee om mallen te kopen van een kerstgroep. Iets dergelijks was ik eens tegen gekomen in mijn carrière als bezigheidstherapeute. Dit idee liet me niet meer los en bij een goede hobbywinkel kocht ik mallen van Maria, Jozef en het kindje met drie herders, een schaap, een os en een ezel.
Ze waren wel wat prijzig en dat bracht ons op het idee om groepen te gieten en die dan te verkopen. Ik dacht: ’Misschien kan ik ze wel wat opschilderen’. Mijn man, die van gereformeerde afkomst is, vroeg: ‘Moet ik dan stalletjes timmeren?’ ’Welnee’, was mijn antwoord: 'Dat doet iedereen zelf’.


