|
Enkele jaren geleden was hier in de buurt een man, die ontzettend veel spulletjes had. Heerlijk om er zo nu en dan te snuffelen. Tussen al die ’rommel’ stond een fors Antoniusbeeld. Ik vond het een afschuwelijk beeld. Elke keer als ik het zag, dacht ik: ’Wat ben jij een lelijk ding, al liep je me na, jou zou ik nooit willen hebben!’ Het was in de tijd, dat ik nog restaureerde en dat ik mijn groenten kocht in een hele gezellige zaak waar persoonlijke aandacht voorop stond. Jammer genoeg is deze winkel er niet meer. Kocht je daar meer dan een normale hoeveelheid groentes dan vroegen ze: ’Komen er mensen bij je eten?’ Humor stond voorop! Mijn groenteboer was een liefhebber van heiligenbeelden en ik had er al meerdere voor hem gerestaureerd.
Zo gebeurde het op een dag dat ik weer mijn wekelijkse groente en fruit bij hen kocht en mijn groenteboer me vertelde, dat hij een schitterend beeld op de kop had getikt. Er moest nog wel wat aan gebeuren en of ik dat voor hem wilde doen. Hij liep naar achteren en ik was best nieuwsgierig wat voor trofee hij nu weer had.
Toen hij terug kwam en ik zag wat hij in zijn handen had, zonk de moed me in de schoenen. De door mij zo vaak verafschuwde Antonius staarde me aan! Ik durfde helemaal niet te zeggen, dat ik het een oerlelijk ding vond en nam het maar mee naar huis.
's Middags thuis ben ik ‘in gesprek’ met Antonius gegaan en hem gezegd, dat wanneer hij toch zo graag naar mij toe wilde, ik wel meteen met hem aan de gang zou gaan.
Nu is het zo dat Antonius van Padua wordt aangeroepen wanneer men iets kwijt is. ’Antonius mijn beste vrind, zorg dat ik mijn ….. terug vind’. Vanaf het ogenblik dat deze Antonius bij mij in huis stond waren mijn autosleutels spoorloos. Weg! Het was net of Antonius wilde zeggen: Jij blijft nu maar thuis en je komt de deur niet eerder uit voordat ik helemaal klaar ben! Volgens mij had Antonius niet in de gaten, dat ik ook reservesleutels had, dus ik kon wel weg. Maar het was heel vervelend, dat ik die ene bos sleutels kwijt was. Waar ik ook zocht, ze bleven onvindbaar. Tijdens mijn wekelijkse boodschappen bij de groenteboer vertelde ik over de vorderingen van het beeld maar ook dat ik mijn sleutels kwijt was. Zijn vrouw stelde voor om dan maar, zogauw ze het beeld terug had, een kaarsje bij Antonius op te steken.
Na drie weken, sleutels nog steeds spoorloos, was het beeld klaar en bracht ik het naar de groenteboer terug. Het beeld leverde ik af met de belofte dat er ’s middags een kaarsje bij Antonius zou branden.
|